|
|
![]() ![]() |
Dit geslacht komt in heel Zuid-Oost
Azië, op de eilanden in de grote Oceaan en in Australië voor.
De naam verwijst naar de vorm van de beneden lip en is afgeleid van het
Griekse spatha = schede en glotta = tong. Zij houden van heel veel licht
en moeten in tegenstelling tot de meeste orchideeën zeer vochtig
gehouden worden. De caractea is familie van de bladverliezende soorten,
echter verliest dit soort niet zijn blad, maar geeft zo nu en dan bruine
bladeren. Toch heeft de plant voldoende blad, waardoor hij zeker zijn
sierwaarde niet zal verliezen. Over de bloeiwijze is het vermelden waard
dat de onderste bloemetjes gaan afvallen en nieuwe bloemetjes uit het
hartje blijven komen. Hierdoor kunnen kleefachtige bolletjes ontstaan,
wat echter geen kwaad kan, daar dit een suikerafscheiding is.
|